Wat doen wij?


Stichting GoedGeregeld heeft een heel bijzondere eigenschap welke je goed terug ziet in onze wijze van begeleiding. Deze bijzondere eigenschap is gebaseerd op twee uitgangspunten, te weten:

Wij hebben de waarheid niet in pacht. Meer en meer doen we minder en minder.
Aan de hand van onderstaande verhalen zullen we je laten zien wat we bedoelen.

Weet je wat we met Nieuwjaar doen? We wensen elkaar een gelukkig Nieuwjaar en wensen we de ander toe wat we zelf willen hebben. Enige jaren geleden wenste ik mijn vriendin een heel gezond en voorspoedig Nieuwjaar. Voor mij was gezondheid op dat moment heel belangrijk. Mijn vader was twee maanden ervoor overleden aan de slopende ziekte die kanker heet. Iedereen heeft zo zijn hiërarchie van waarden. Dat wat je het belangrijkste vindt in je leven. Als ik goed naar haar gekeken had en ik had het beste met haar voor dan wenste ik haar veel liefde en avontuur. Dat stond op haar verlanglijstje.

GoedGeregeld vraagt aan de zorgvrager wat we hem kunnen toewensen. We verplaatsen ons in de ander. We gaan zijn wereld binnen, zijn waarheid. We vragen hem om ons trefwoorden te geven die op zijn verlanglijstje staan. En dat doen we het hele jaar door, telkens weer.

De lege flessen
Ik kom al een tijdje bij Jannie. Jannie is een alleenstaande vrouw die zeer geïsoleerd woont en eenzaam is.
Toen ik er voor de eerste keer kwam, vertelde Jannie dat ze alleen maar iemand nodig had om haar administratie te regelen omdat ze dat niet kon.
Ze vond het moeilijk om wijs te worden uit de brieven. Vaak begreep ze niet welke actie van haar verwacht werd en dan bleef de brief maar liggen.
Ik zag in het huis van Jannie dat er wel meer structuur miste dan alleen de administratie. De keuken was rommelig en vol.
De chloorfles stond tussen de etenswaren, schoon en vuil serviesgoed door elkaar en de boodschappen van een dag eerder nog in een tas in de hoek.
Jannie gaf toe dat ze het ook wel lastig vond om aan een taak te beginnen maar ook om deze af te maken. Vaak bedacht ze halverwege de taak dat ze ook nog iets anders moest doen en begon dan daar aan.
Ook boodschappen doen was een zeer lastig en enerverend werk omdat Jannie niet het overzicht in de winkel kon houden. Ze kwam met van alles thuis behalve wat ze moest hebben.
Ik ging dus niet alleen samen met Jannie aan tafel de administratie op orde maken maar begeleidde Jannie ook in haar acties. We gingen samen naar afspraken maar gingen ook samen boodschappen doen. Jannie had een paar stevige schulden en moest wekelijks rondkomen van 45 euro.
Dit geld werd gezamenlijk gepind voordat ze naar de winkel gingen. Behalve die ene keer. Jannie stond bij de pinautomaat al wat te dralen en zei dat ze in de winkel wel ging pinnen. Ik adviseerde haar om toch nog een keer het geld cash in de hand te hebben voordat ze de winkel in zou gaan.
Het gaf haar een beter overzicht van wat ze wel en wat ze niet kon uitgeven. Want ondanks dat ze een briefje maakte voordat ze boodschappen ging doen, kostte het haar nog steeds de grootste moeite om zich aan het briefje te houden.
Maar goed, Jannie en ik stonden nog bij de geldautomaat. Jannie toetste haar pincode in en het apparaat zegt dat ze geen saldo heeft... Jannie bekent dat ze haar weekgeld al heeft gebruikt voor andere dingen.
We gaan samen weer naar huis zonder boodschappen. Jannie is boos op zichzelf en zegt dat ze het allemaal verkeerd doet, dat ze niet met geld om kan gaan en dat ze zo dom is dat ze nu zelfs geen eten heeft. Ze vraagt hoe dat nu toch moet.
Ik reageer dat ik dat ook niet weet en ik vraag haar wat er anders zou gaan als alles goed zou gaan. Jannie vertelt dat het in haar leven en in haar huis veel opgeruimder zou zijn. Ik vroeg door, en wat nog meer? Ze zou alles een vaste plaats hebben gegeven. Ze zou niets meer laten rond slingeren. Ze zou eerst nadenken voordat ze het geld uitgegeven had.
En weer vroeg ik: 'wat nog meer?'. Ze zou voor de extra dingen geld apart leggen of het statiegeld van de lege flessen daarvoor gebruiken. Tegen de tijd dat wij bij het huis van Jannie aangekomen waren, had Jannie de oplossing gevonden om eten te kunnen kopen voor die week. Ze liep naar binnen en zei dat ze nog wel lege flessen had.
Samen gingen we het hele huis door om de flessen te verzamelen. Ook werden de kasten aan een grondige inspectie onderworpen. Zo vonden we nog een pak rijst, een blikje soep, een pakje thee, een pot jam en in de koffie bus zat nog een beetje koffie. Van het statiegeld werd brood, een pakje soep en een blikje ragout gekocht. Het was een vreemd weekmenu maar Jannie had dagelijks een maaltijd.

Ik was niet degene die met de oplossing aankwam. Het enige dat ik gedaan heb is Jannie focussen op datgene waarvan zij wil dat het toeneemt. Jannie wil zelfstandig haar huishouding runnen. Ze wil orde in de chaos en structuur in haar leven. Wat ik heb gedaan is doorvragen, telkens weer. Jannie kwam uiteindelijk op haar eigen creatieve oplossing.

Het kopje thee
Ik sloeg als het enigszins kon de koffie of thee af bij de zorgvragers. Tot die keer dat ik er bij Merel niet onder uit kon. Ik moest en zou een kopje thee drinken. Het kopje thee dat ik voorgezet kreeg zag er raar uit.
Het theekopje was schoon, de thee was heet. Daar was allemaal niets mis mee. Maar het zag eruit alsof het theezakje kapot was gegaan en de thee al even had gestaan. Ik dronk met kleine slokjes en wilde de thee het liefst laten staan.
Het gesprek ging over de suikerspiegel van Merel. We hadden eerder afgesproken dat Merel contact op zou nemen met de huisarts nu haar dochter uit huis geplaatst was. Het kwam nog al eens voor dat Merel haar bewustzijn verloor omdat haar suikerspiegel onderuitschoot. Nu ze alleen woont, vindt ze dit zeer beangstigend omdat er dan niemand is die haar kan helpen.
Merel vertelt dat ze niet naar de huisarts is geweest en geeft daarvoor verschillende redenen. Ik luister naar Merel en zit ondertussen met het kopje thee in mijn maag. Plotseling rijst bij mij de vraag hoe Merel met haar eigen eten en drinken omgaat. Ik vraag Merel naar haar dagelijkse maaltijden.
Merel vertelt dat ze iedere dag ontbijt, haar middageten gebruikt en 's avonds een warme maaltijd bereidt. Als ik doorvraag van wat ze eet en of ze nu niet vaak overhoudt nu haar dochter niet meer mee-eet, vertelt Merel dat ze het vreselijk vindt om alleen aan tafel te moeten zitten of voor haar alleen te moeten koken.
Het blijkt dat Merel geen eten kookt als haar dochter er niet is. Ze spaart het eten en drinken op voor het moment dat de dochter er wel is. Zo blijkt mijn thee inderdaad een week in de thermoskan gezeten te hebben evenals haar koffie.
Merel had al enige dagen geen fatsoenlijke maaltijd gehad. De oplossing hiervoor had ze zelf ook al gauw gevonden. Merel brengt in een verzorgingstehuis de koffie rond en doet daarna spelletjes of handenarbeid met de bewoners. Het verzorgingstehuis serveert de warme maaltijd om 12.00 uur. Merel oppert dat ze vast wel mee mag eten. Ze gaat het de volgende keer direct vragen.

> Merel eet nu verspreid over de week mee met de bewoners van het verzorgingstehuis. Verder heeft ze met de jeugdopvang waar haar dochter verblijft geregeld dat haar dochter twee maal per week thuis komt eten. Zo krijgt ze iedere dag haar warme maaltijd en is haar suiker een stuk stabieler.