Hoe werken wij?
Het 8-fasen model, aangenaam
De naam geeft al aan waar het om gaat. Namelijk acht fasen. Acht fasen in het begeleidingstraject en acht fasen van de levensgebieden. Acht fasen die structuur bieden in een leven waarin chaos heer en meester is. Acht fasen om de regie terug te krijgen en zelfstandig verder te gaan.
Een inzichtelijk traject
Het gebruik van persoonsbeschrijvingen, plan van aanpak en evaluaties maken het individuele traject inzichtelijk. Niet alleen voor de zorgvrager, maar ook voor alle betrokken hulpverleners.
Doel - en uitstroom gericht
Het 8-fasen model kenmerkt zich door beweging. Door methodisch te kijken naar de mogelijkheden van de zorgvrager, wordt de kans op daadwerkelijke resultaten groter. De zorgvrager stelt zelf zijn doelen en acties op die regelmatig geëvalueerd worden.
De Fasen
Het 8-fasenmodel onderscheidt acht fasen in het individuele traject.
- Aanmeldingsfase: het eerste contact tussen de zorgvrager en zorgverlener
- Intakefase: een nadere kennismaking tussen de zorgvrager en de zorgverlener
- Opnamefase: de opbouw van het traject van de zorgvrager
- Analysefase: analyse van het functioneren van de zorgvrager op 8 leefgebieden
- Planningsfase: het opstellen van een plan van aanpak
- Uitvoeringsfase: de uitvoering van het plan van aanpak
- Evaluatiefase: een terugblik op de uitvoeringsfase
- Uitstroomfase: de afronding van het traject

De Leefgebieden
In het 8-fasenmodel onderscheiden we acht leefgebieden. De leefgebieden komen in bijna elke fase weer terug. Ze staan dus steeds centraal in het traject en brengen structuur aan. Kenmerkend van deze leefgebieden is dat ze voor iedereen gelden; ze zijn mensgericht en niet probleemgericht.
- Huisvesting
woonsituatie van de zorgvrager - Financiën
financiële situatie van de zorgvrager en bestedingspatroon - Sociaal functioneren
relatie tussen de zorgvrager en zijn omgeving (waaronder zijn gezin, familie, hulpverleners), inclusief zijn maatschappelijk gedrag (relatie met justitie) - Psychisch functioneren
het 'welbevinden' van de zorgvrager, inclusief eventueel psychiatrisch ziektebeeld en verslavingsgedrag - Zingeving
datgene wat de zorgvrager motiveert om te leven (bijvoorbeeld een levens- of geloofsovertuiging) - Lichamelijk functioneren
fysieke gesteldheid van de zorgvrager en zelfzorg - Praktisch functioneren
huishoudelijke en technische vaardigheden, taalvaardigheden - Dagbesteding
daginvulling van de zorgvrager (werk, sociale activering, hobby's, studie, activiteiten)
Alle medewerkers hebben vanuit hun opleiding kennis opgedaan om methodisch te werken. Met name vanuit de present (het er zijn) wordt ingegaan op de problematiek van de zorgvrager. Gedurende de begeleiding worden methodieken zoals de RET, het Competentie model, Transactionele en Systeem theorie ingezet. Deze theoretische kaders zijn niet altijd zichtbaar voor de zorgvrager en worden vaak ook niet zo benoemd.
Hierbij een uitleg over de meest gebruikte methodieken.
RET – rationeel emotieve therapie
Bij de theorie van RET wordt gebruikgemaakt van de letters ABC. A staat voor aanleiding (oorzaak, activating event) De B staat voor de bril waardoor je kijkt (belief, overtuiging). De C staat voor consequentie (het gevolg, consequence). De kern van de RET komt erop neer dat niet A de oorzaak is van C, maar B. In het Nederlands: het zijn niet de gebeurtenissen (A) in je leven die bepalen hoe je je voelt (C) maar de manier waarop je tegen die gebeurtenissen aankijkt (of: de manier waarop je jezelf van het belang van die gebeurtenissen overtuigt) (B).
Door oefening kunnen de overtuigingen (B) worden veranderd, kun je een andere bril beginnen opzetten. Dit kan op zo'n manier dat ze beter (realistischer, van minder tot niet irrationeel) bij de situatie (A) aansluiten. Een gevolg is dat het gevoel (C) dat hierbij hoort beter aansluit, positiever is: gevoelens van ontreddering, angst, woede, schaamte, minderwaardigheid e.a. worden minder frequent en kunnen vaker vermeden worden.
Systeembenadering volgens Ineke Weeda
http://www.systeemtheorie.nl/systeemtheorie.php
De systeemtheorie; het individu in relatie tot zijn omgeving
Kort gezegd gaat de systeemtheorie er van uit dat de mens pas werkelijk begrepen kan worden in de context van zijn relaties. Ondanks dat we vaak denken dat iemand een vaststaand karakter heeft, zien we mensen zich in verschillende contexten steeds anders gedragen. Ze zijn anders op het werk dan thuis, anders bij hun moeder dan bij hun schoonmoeder en ook weer anders bij hun sportclub dan met hun kinderen. Mensen hebben een groot gedragsrepertoire en schakelen steeds per situatie over op ander gedrag. Mensen zijn dus erg contextgevoelig.
Bronvermelding:
het 8-fasen model, Petra van Leeuwen-den Dekker en Daan Heineke ISBN 9059572432